6 oktober 2026

Opdat wij niet vergeten

Harm Jan Polinder in gesprek met Theo de Korte over Het Apeldoornsche Bosch, de dreiging van antisemitisme en het blijvende belang van Holocausteducatie.

Wie nu over het terrein van Het Apeldoornsche Bosch loopt, ziet een plek waar cliënten van ’s Heeren Loo wonen en werken. Ruim tachtig jaar geleden was hier een bloeiende Joodse gemeenschap. Vanaf 1909 bood het Joods psychiatrisch ziekenhuis onderdak aan mensen met uiteenlopende psychische en verstandelijke beperkingen. Sommigen woonden er tientallen jaren. Tot in januari 1943 op brute wijze een einde kwam aan deze gemeenschap.

Theo de Korte (52) is sinds 2016 betrokken bij het levend houden van de geschiedenis van Het Apeldoornsche Bosch. In 2020 kwam er een permanent herinneringscentrum. De Korte vertelt hoe de oorlog aanvankelijk enigszins aan de instelling voorbij leek te gaan. Maar vanaf 1941 volgden steeds meer anti-Joodse maatregelen. Niet-Joodse medewerkers werden ontslagen, Joden mochten niet meer vrij reizen en Het Apeldoornsche Bosch raakte steeds verder geïsoleerd. Toch probeerden bewoners en medewerkers er het beste van het leven te maken.

Een gemeenschap weggevaagd

Op 19 januari 1943 kreeg de directie te horen dat de instelling zou worden ‘verplaatst’. In de nacht van 21 op 22 januari werd het terrein door de SS afgesloten. Wat volgde, laat zich nauwelijks bevatten. Patiënten werden vrachtwagens ingeslagen, bedlegerige mensen met bed en al op elkaar gestapeld en kinderen in hun pyjama vrachtwagens in gedreven. Bijna 1.300 patiënten en personeelsleden werden rechtstreeks naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. Niemand van hen keerde terug. In de dagen daarna werden nog honderden personeelsleden en anderen via Westerbork gedeporteerd.

„De industriële vernietiging van de Joden is uniek”, benadrukt De Korte. „De Holocaust moet je niet veralgemeniseren.” Tegelijkertijd moeten we er lessen uit trekken. „Je ziet hier in extreme vorm wat er gebeurt als mensen elkaar uitsluiten om wat ze geloven, wie ze zijn of waar hun wortels liggen.”

‘Het kan weer gebeuren’

Dat maakt de geschiedenis ook pijnlijk actueel. Het opnieuw oplaaiende antisemitisme raakt De Korte diep. „Na de Tweede Wereldoorlog zeiden we: nie wieder. Nooit meer. Maar nu denk ik: het is toen gebeurd, het kan weer gebeuren. We moeten waakzaam blijven.”

Daarom mag Holocausteducatie volgens hem nooit iets zijn ‘voor erbij’. Zeker voor jongeren is blijvende aandacht noodzakelijk. Via TikTok, sociale media en AI komt een onafgebroken stroom informatie op hen af. Beeldvorming raakt gemakkelijk vervormd. „Ik hoop dat jongeren hier binnen laten komen wat voor verschrikkelijks er toen gebeurd is. Dat ze beseffen: dit mag nooit meer gebeuren. Maar daar is wel werk voor nodig.”

Herdenken betekent daarom ook handelen. „Hoe ben ik in verbinding met anderen? Ik kan van mening verschillen. Maar we moeten elkaar blijven zien als mens.” De Korte verbindt dat ook aan zijn geloof: „We zijn allemaal mens, gemaakt door onze Schepper. Dat maakt ons als mensen gelijkwaardig.”


Geen aandacht alleen in lustrumjaren

Dat vraagt ook iets van de politiek. De betrokkenheid van overheden bij Het Apeldoornsche Bosch is groot. De gemeente Apeldoorn was belangrijk bij de totstandkoming van het Herinneringscentrum en ook vanuit Gelderland zijn er incidentele subsidies. Maar De Korte pleit voor continuïteit. „Een structurele bijdrage vanuit de provincie zou ons helpen. Niet om daar alleen maar op te leunen. Het is ook een helder signaal: Holocausteducatie is blijvend.”

Die boodschap onderschrijft de SGP. Vrijheid herdenken en vieren moet niet alleen in lustrumjaren politieke en financiële aandacht krijgen. De SGP heeft zich daarom eerder al middels een amendement ingezet voor jaarlijkse financiering en wil die lijn ook de komende jaren voortzetten. Juist nieuwe generaties moeten weten wat hier in Gelderland is gebeurd. Dat vraagt blijvend investeren in educatie en in plekken waar de verhalen achter de Holocaust een naam en een gezicht krijgen.

Want juist daarin zit voor De Korte de kern. Herdenken moet niet steeds breder worden omdat dat praktisch of efficiënt is. „Het gaat om slachtoffers: zoveel keer een mens.” De Holocaust verdient daarom eigen en gerichte aandacht. En herdenken mag nooit vrijblijvend zijn.

„Herdenken moet altijd een actieve spiegel zijn. Het moet tot actie leiden: wat betekent dit voor mij en hoe zet het mij in beweging?” Opdat wij niet vergeten.