26 september 2026

Q&A stikstofreductiegebieden

De afweging van de SGP-fractie Gelderland – kern, context en feiten

Alle achterliggende vergaderstukken bij PS2026-618 zijn terug te vinden via gelderland.stateninformatie.nl. Dit document is een compacte politieke en feitelijke toelichting op de afweging van de SGP-fractie.

Inleiding: een heel moeilijk dilemma

De stemming over de stikstofreductiegebieden was voor de SGP geen keuze tussen goed en fout beleid. Het was een keuze binnen een (stikstof)stelsel waar wij fundamentele bezwaren tegen hebben, maar waar provincie, boeren en andere initiatiefnemers juridisch wél mee te maken hebben. De regels rond Natura 2000, additionaliteit, AERIUS en de aangescherpte rechtspraak over salderen worden niet beïnvloed door een tegenstem in Arnhem.

Het voorstel zelf kwam vanuit het college onder verantwoordelijkheid van BBB-gedeputeerde Ans Mol-van de Camp, portefeuillehouder Versnellingsaanpak Stikstof. Zij heeft deze Gelderse lijn voorbereid en verdedigd en publiek steeds benadrukt dat niets doen geen optie is als Gelderland vergunningverlening weer in beweging wil krijgen. Voor de SGP lag dus niet een eigen SGP-plan op tafel, maar de vraag hoe wij ons moesten verhouden tot een door een BBB-gedeputeerde getrokken voorstel in een juridisch zeer ongunstige werkelijkheid.

De drie routes die wij voor ons zagen

  • 1. Tegenstemmen en ons blijven verzetten. Dat is politiek en communicatief de eenvoudigste lijn. Maar dan liep het tijdelijke voorbereidingsbesluit in oktober af zonder structurele opvolging in de Omgevingsverordening. Bovendien zou Gelderland bij de verdere uitwerking van de landelijke stikstofbrief van minister Van Essen minder eigen, juridisch geborgd beleid op tafel hebben. De SGP zag daarin het grote risico dat het Rijk vervolgens een generieker of zwaarder pakket zou opleggen, maar ook dat dan juist de boeren juridisch gezien bijna vogelvrij zouden zijn.
  • 2. Besluitvorming uitstellen en over de Statenverkiezingen heen tillen. Ook dat was een mogelijkheid, maar daarmee geef je de regie gedeeltelijk uit handen. Bovendien loopt dan het voorbereidingsbesluit af waardoor handhavingsverzoeken opgevolgd moeten worden. Na verkiezingen kan een andere meerderheid en een ander college ontstaan; welke samenstelling dat precies wordt is onzeker. Voor de SGP woog mee dat een nieuw bestuur bij de uitwerking van het rijksbeleid andere keuzes kan maken en dat die voor agrarische bedrijven wellicht zwaarder kunnen uitpakken.
  • 3. Nu instemmen met het voorliggende Gelderse pakket, maar alleen vanuit de redenering dat daarmee een eigen Gelderse lijn juridisch wordt vastgelegd, de vergunningverlening beter kan worden verdedigd en we tegelijk via moties, maatwerk, compensatie en gebiedsgerichte oplossingen de scherpe kanten proberen weg te nemen. Tegelijkertijd richting Den Haag blijven aangeven dat het anders moet. Dit is uiteindelijk de route waarvoor de SGP-fractie heeft gekozen.

Onze afweging was daarmee nadrukkelijk niet: “dit is mooi beleid”. De afweging was: welk handelingsperspectief is binnen het bestaande juridische stelsel het minst schadelijk voor boeren én geeft tegelijk de grootste kans om vergunningverlening weer mogelijk te maken. Dit alles maakt het tot een moeilijk dilemma. Het is dus zeker geen vanzelfsprekende steunbetuiging aan het Nederlandse stikstofbeleid zoals de SGP ook in de inbreng in de Staten nadrukkelijk en scherp heeft aangegeven.

Waarom tegenstemmen het Gelderse stikstofprobleem niet oploste
Waarom kon de SGP niet gewoon tegenstemmen en klaar?

Omdat de juridische werkelijkheid dan exact dezelfde bleef. De uitspraken van de Raad van State over intern salderen, het additionaliteitsvereiste en de verplichtingen rond Natura 2000 zouden de volgende ochtend nog steeds gelden. Een boer die wil uitbreiden, een stal wil aanpassen of een vergunning nodig heeft, is daarmee niet geholpen door alleen een Gelders “nee”.

Daar kwam iets heel concreets bij: sinds de uitspraak van de Raad van State eind 2024 was veel vergunningverlening vastgelopen. Gelderland heeft toen nieuwe salderingsregels en een tijdelijk voorbereidingsbesluit ingevoerd. Onder zeer strenge voorwaarden werden weer mondjesmaat vergunningen verleend. Dat tijdelijke besluit liep op 23 oktober 2026 af. De definitieve regels in de Omgevingsverordening moesten juist op dat moment de structurele juridische borging overnemen.

Wat was het risico als de verordening níét was vastgesteld?

Dan zouden de nieuwe provinciale verplichtingen inderdaad niet ingaan. Maar tegelijk zou het tijdelijke beschermingsregime aflopen zonder permanent pakket van geborgde bronmaatregelen. Volgens de provinciale stukken zou dat de juridische basis onder de voorzichtig hervatte vergunningverlening sterk verzwakken.

Dat is niet alleen relevant voor nieuwe vergunningen. Milieuorganisaties en andere belanghebbenden kunnen ook verzoeken om bestaande natuurvergunningen in te trekken en vervolgens procederen als de provincie dat weigert. Concreet lagen er al 55 handhavingsverzoeken en werden de volgende al aangekondigd ‘in stapeltjes van 50’. Om zulke besluiten te verdedigen moet de provincie kunnen laten zien dat zij planmatig en juridisch geborgd werkt aan daadwerkelijke stikstofreductie. Zonder opvolgend pakket wordt die verdediging niet mogelijk en moet overgegaan worden tot handhaving, lees: intrekken van vergunningen.

Betekent dit dat zonder de stroken alle vergunningen automatisch zouden sneuvelen?

Nee. Dat zou te stellig zijn. Een bestaande vergunning vervalt niet automatisch wanneer de provincie geen stikstofreductiegebied vaststelt, tenzij er een stevige handhavingsgrond is op de bestaande vergunning. Wel wordt het lastiger om nieuwe vergunningen te verlenen en om verleende vergunningen of afwijzingen van intrekkingsverzoeken juridisch overeind te houden als de provincie onvoldoende geborgde maatregelen kan laten zien.

Dat verschil is belangrijk. De SGP heeft niet gestemd vanuit de garantie dat met deze regels alle vergunningproblemen opgelost zijn. We hebben gestemd vanuit de beoordeling dat het níét vaststellen van beleid dat stuurt op geborgde maatregelen de juridische positie aantoonbaar zwakker zou maken.

Was dit alleen het verhaal van het college?

Nee. Voor het voorstel zijn twee afzonderlijke juridische adviezen gevraagd. De hoofdconclusie van GS was dat de regels juridisch verdedigbaar zijn, mits aandachtspunten rond onderbouwing, monitoring, uitvoerbaarheid en compensatie worden meegenomen. De adviezen ondersteunen bovendien dat een stapsgewijze aanpak juridisch mogelijk is: Gelderland hoefde dus niet eerst een volledig nationaal en provinciaal eindpakket af te wachten om deze eerste stap te zetten.

Ook is de verordening naar aanleiding van die juridische adviezen aangepast, onder andere om de maatregelen explicieter als “passende maatregelen” te positioneren. Dat was voor de SGP van belang: het voorstel was niet juridisch risicoloos, maar er ligt wel degelijk een serieuze juridische onderbouwing onder.

Waarom nu – en waarom een eigen Gelderse lijn?
Waarom niet wachten tot het Rijk klaar is?

Op 26 juni 2026 presenteerde minister Jaimi van Essen het landelijke pakket “Weer ruimte voor boer, natuur en bouw”. Daarin kondigt het kabinet onder andere bedrijfsnormen, gebiedsgerichte zonering en aanvullende natuurmaatregelen aan. Een groot deel daarvan moet nog worden uitgewerkt. De provincie heeft daarom bewust niet gewacht.

Voor de SGP was daarbij de onderhandelingspositie richting Den Haag relevant. Met een eigen, uitgewerkt en juridisch geborgd Gelders pakket kan de provincie zeggen: wij werken aantoonbaar aan dezelfde doelen, dus leg hier niet nog een extra generieke laag bovenop. BBB-gedeputeerde Ans Mol heeft vanuit haar portefeuille juist die Gelderse route naar voren gebracht. Zonder eigen pakket heb je bij het Rijk veel minder concreets dat gebruikt kan worden om tegenover een landelijk beleid.

Ook het aflopende voorbereidingsbesluit was hiervoor belangrijk. In de periode waarin het voorbereidingsbesluit afgelopen zou zijn tot het moment waarop nieuw beleid is verwerkt in de Omgevingsverordening (Provinciaal en/of nationaal beleid) is de agrarische sector ‘vogelvrij’ voor handhavings- of intrekkingsverzoeken. Door de val van het vorige kabinet en de huidige status van het kabinet is onmogelijk aan te geven hoe lang de periode van onzekerheid zou duren.

Speelden de verkiezingen van 2027 mee?

Ja, het speelde mee als politiek risico in de afweging – niet als voorspelling van de verkiezingsuitslag. Als we besluitvorming zouden uitstellen, zou de verdere uitwerking na de verkiezingen bij een nieuw gekozen Provinciale Staten en mogelijk een ander college terechtkomen. Welke coalitie er dan komt, is onzeker.

De SGP-fractie heeft wel meegewogen dat een nieuw bestuur andere prioriteiten kan hebben en dat de landelijke stikstofbrief juist in die periode verder wordt uitgewerkt. Uitstellen betekende dus niet “alles blijft zoals het is”, maar juist dat later opnieuw beleid moet worden vastgesteld, mogelijk onder andere politieke verhoudingen. Vanuit dat scenario vonden wij het belangrijk om nu een eigen Gelderse lijn vast te leggen.

Waar lag het initiatief tot dit beleid?

De stikstofreductiegebieden zijn geen SGP-initiatief. Het voorstel kwam vanuit het college en viel onder de portefeuille Versnellingsaanpak Stikstof van BBB-gedeputeerde Ans Mol. Zij presenteerde het voorstel als noodzakelijke stap om Gelderland van het stikstofslot te krijgen en erkende tegelijk dat het om strenge regels met grote impact gaat.

De SGP heeft vervolgens als coalitiefractie een eigen afweging gemaakt, voorwaarden gesteld en geprobeerd het voorstel op onderdelen te verbeteren, ook positief gericht op agrariërs, wat ook deels is gelukt. Tijdens diverse momenten heeft de SGP dan ook aangegeven dat wij zeker niet blij zijn met de insteek van het beleid.

Ook heeft de SGP-fractie deelgenomen aan enkele van de participatiebijeenkomsten die door de Provincie zijn georganiseerd en heeft ook zelf tweemaal een stikstofbijeenkomst voor de achterban georganiseerd.

Waarom 500 meter en niet overal dezelfde extra regels?

De keuze van het college is om extra maatregelen te concentreren rond overbelaste stikstofgevoelige natuur, omdat bronmaatregelen dichtbij die natuur naar verwachting het meeste effect hebben op de depositie. De zone is maximaal 500 meter rond de betreffende habitats. Dat betekent niet dat stikstof daarbuiten ophoudt; het is een keuze om de zwaarste extra maatregelen geografisch te richten, waarbij de afstand van 500 meter is bepaald door de maximale afstand waar de relatie met de emissiebron nog kan worden aangetoond.

De meest recente berekening ging uit van ongeveer 44% autonome emissiereductie richting 2035 ten opzichte van 2018 en circa 10 procentpunt aanvullende reductie door het strokenbeleid. Die cijfers zijn prognoses en geen exacte garanties. De politieke betekenis voor ons zat vooral in het feit dat hier een concreet, controleerbaar en juridisch borgbaar pakket ligt.

Wat betekent dit voor boeren – en wat hebben wij daar tegenover gezet?
Er komen toch gewoon extra regels op het boerenerf?

Ja. Dat moeten we niet kleiner maken dan het is. Een deel van de agrarische bedrijven in de stikstofreductiegebieden krijgt te maken met extra beperkingen en investeringsverplichtingen. Niet alle regels gaan direct in: belangrijke eisen worden pas verplicht richting 2030 en 2035. Dat geeft tijd, maar neemt de onzekerheid en financiële impact niet weg.

Juist daarom was de SGP-lijn: als de provincie deze stap zet, moet daar ook een serieus pakket aan ondersteuning, maatwerk en compensatie tegenover staan. In de stukken is voor het flankerend beleid tot 2035 circa € 200 tot € 225 miljoen geraamd. Voor stalmodernisering kan binnen het stikstofreductiegebied bijvoorbeeld maximaal 80% subsidie worden geboden. Er komen zaakbegeleiders, bedrijfsplannen, adviesmogelijkheden op bedrijfsplannen, mogelijkheden voor omschakeling en verplaatsing en een route voor flankerend beleid, gericht op compensatie bij onevenredige schade. In het Gelders flankerend beleid is niet veel aandacht gegeven aan de wettelijke nadeelcompensatie omdat die regeling al in de wet is vastgelegd. Heeft u nadeel en voldoet dat aan de kaders voor de compensatie, dan heeft u recht op die nadeelcompensatie. De SGP heeft herhaaldelijk aandacht gevraagd en gekregen voor een goed en doordacht flankerend beleid wat juist als extra is te beschouwen boven op de nadeelcompensatie of voorziet in een regeling om nadeel te voorkomen.

Waarom noemden wij dit toch “perspectief” als de regels zo ingrijpend zijn?

Nu niets doen geeft helemaal géén perspectief, het blijft dan feitelijk stilstand. Een boer die niet kan verduurzamen, uitbreiden of zijn vergunning juridisch rond krijgt, zit eveneens vast. Onze inzet was daarom dubbel: zo weinig mogelijk extra last, maar wel voldoende juridisch geborgde reductie om ontwikkeling überhaupt weer mogelijk te maken.

Dat is precies de spanning in dit dossier. Een voorstem lost het stikstofprobleem niet op; een tegenstem maakt de juridische blokkade ook niet ongedaan. De SGP koos daarom voor een route waarbij we tegelijk blijven aandringen op landelijke systeemverandering, rekenkundige ondergrenzen, doelsturing, maatwerk en erkenning van al gerealiseerde reductie. De SGP Gelderland heeft hierover uiteraard contact met SGP in de Tweede Kamer en SGP-Eurofractie.

Tijdlijn in één oogopslag

Datum

Gebeurtenis

18 dec 2024 Raad van State scherpt rechtspraak over intern salderen aan; vergunningverlening loopt verder vast.
28 jan 2025 GS kondigt strokenbeleid aan.
16 apr 2025 PS stelt voorbereidingsbesluit vast (PS2025-324), geldig tot 23-10-2026.
2025-2026 Participatietraject, uitwerking beleid, MER, botsproeven, flankerend beleid en juridische adviezen.
25 jun 2026 Definitief voorstel PS2026-618 naar Provinciale Staten; portefeuillehouder Ans Mol (BBB).
26 jun 2026 Minister Van Essen presenteert “Weer ruimte voor boer, natuur en bouw”.
23 sep 2026 Provinciale Staten besluit over de Omgevingsverordening en stikstofreductiegebieden.
23 okt 2026 Nieuwe regels treden in werking; het tijdelijke voorbereidingsregime wordt opgevolgd.

 

Wat heeft de SGP ingebracht?

De SGP heeft niet alleen een eindstem uitgebracht. In de aanloop naar deze verordening heeft de SGP gestuurd op diverse beleidsdocumenten en gestreefd deze zo haalbaar mogelijk te maken. Rond het voorstel zelf zijn verschillende moties ingediend of mede-ingediend om compensatie, maatwerk, uitvoerbaarheid en gebiedsgericht werken steviger vast te leggen. 

Nr.

Voorstel

Indieners

Uitkomst

 
26M73 Uitvoeringskader en eerlijke compensatie.
Deze motie gaat in op de mogelijke onhaalbaarheid van de opgelegde verplichtingen bijvoorbeeld.
BBB / SGP  Aangenomen  

√

26M77 Rekenkundige ondergrens.
Deze motie roept op om de RKO al in te voeren en toe te passen zodra daarover afspraken zijn gemaakt i.p.v. te wachten op de volgende herziening van de omgevingsverordening en dat ook juridisch te toetsen.

CDA / D66 / SGP / VVD / BBB / JA21  Aangenomen  

√

26M83 Doorstart gebiedsproces Winterswijk.
Deze motie roept op om het gerbiedsproces in Winterswijk weer te herstarten gezien de positieve houding van de betrokkenen in het gebied.
SGP / VVD  Aangenomen

√

 
26M80 Eén aanpak op het boerenerf.
Hiermee is geborgd dat integraal via één persoon/loket gewerkt gaat worden in de verschillende regimes.
SGP / BBB / VVD Toezegging gedaan door GS en daarom ingetrokken

√

 
26M81  Flankerend beleid op tijd op orde.
Uiterlijk 1 december 2026 is de uitvoeringsagenda voor het flankerend beleid beschikbaar.
SGP / BBB / VVD  Toezegging gedaan door GS en daarom ingetrokken  

√

26M71 Vrijwilligheid landbouwgrond bij natuurrealisatie.
De motie Onderstreept dat bij natuurrealisatie geen sprake mag en kan zijn van verplichting, maar er uitsluitend een vrijwillige basis kan zijn.
BBB / SGP  Toezegging gedaan door GS en daarom ingetrokken

√

26M82 Gebiedsgerichte maatwerkroute als alternatief. SGP / PvdA / VVD / Volt  Verworpen

X 

26M87 Voorbeeldfunctie terreinbeherende natuurorganisaties.
Met deze motie wilden we ook bijvoorbeeld natuurmonumenten en staatsbosbeheer laten overschakelen op zero-emissie werktuigen. Het is voor de SGP niet uit te leggen dat de boer dat wel moet doen, maar anderen niet.
SGP / BBB  Verworpen

X 

26M84 Tijdelijk verbod op geitenhouderijen niet langer noodzakelijk.
Uit het laatste RIVM-onderzoek onder 108 longpatiënten is geen enkele relatie met een geitenhouderij bewezen. Het moratorium is dan ook niet langer nodig en houdbaar. GS heeft toegezegd uiterlijk medio 2027 met een traject te komen.
SGP / BBB  Toezegging gedaan door GS en daarom ingetrokken  

√

 

Korte kernboodschap

“De SGP heeft niet vóór het huidige stikstofstelsel gekozen. Dat stelsel was er al en houdt boeren en andere initiatiefnemers juridisch vast. Wij moesten kiezen wat Gelderland daarbinnen doet. Het voorstel lag er onder verantwoordelijkheid van BBB-gedeputeerde Ans Mol. Tegenstemmen had de nieuwe Gelderse regels gestopt, maar ook het geborgde pakket waarmee Gelderland vergunningverlening probeert overeind te houden. Daarom hebben wij, met grote tegenzin en met aanvullende voorwaarden voor compensatie en maatwerk, ingestemd. Niet omdat dit ideaal is, maar omdat wij de alternatieven voor boeren en voor de vergunningverlening riskanter vonden.”