1 juni 2026

Scherp op de inhoud, zacht op de persoon

In gesprek met Daniel Wigboldus, commissaris van de Koning in Gelderland

Daniël Wigboldus vervult sinds ruim een jaar het ambt van Commissaris van de Koning in Gelderland. Vanuit die positie staat hij midden in het openbaar bestuur van de grootste provincie van Nederland. Hij spreekt met burgemeesters, bezoekt gemeenten, ontvangt inwoners en jongeren in het Huis der Provincie in Arnhem en zit de vergaderingen van Provinciale Staten voor. In gesprek over bestuur, politiek en verantwoordelijkheid spreekt Wigboldus met waardering over de Gelderse bestuurscultuur, maar ook met zorg over de grote opgaven waarvoor provincie en gemeenten staan.

Wat hem in Gelderland bestuurlijk het meest opvalt, is de manier waarop het debat gevoerd wordt. ‘Partijen kunnen nog zoveel verschillen van elkaar maar het onderlinge respect is er ook’, zegt Wigboldus. Volgens hem wordt er in Gelderland stevig gedebatteerd, zonder dat de verhoudingen direct verharden. ‘Scherp op de inhoud, zacht op de relatie, zo noemen we dat. En dat is een groot goed dat we moeten koesteren.’

Respectvol debat

Dat respectvolle debat is extra belangrijk in een provincie die uit veel verschillende regio’s bestaat. Gelderland kent grote verschillen tussen stad en platteland, tussen de Veluwe, de Achterhoek en het Rivierengebied. Toch ziet Wigboldus die verscheidenheid niet als probleem. ‘De identiteit van Gelderland bestaat uit meerdere identiteiten’, zegt hij. ‘En dat is niets nieuws in het lokale politieke leven waar elke gemeente, elke kern “eigen” is.’ Volgens hem vraagt dat van bestuurders dat zij verschillen niet ontkennen, maar ermee leren omgaan. ‘Als politiek bestuur moet je gewoon met verschillen om kunnen gaan, ze zien, erkennen, maar niet uitvergroten.’ Daarbij verwijst hij naar historicus Jan Romein, die Nederland ooit typeerde als ‘eenheid in verscheidenheid’. ‘Dat geldt zeker voor het mooie Gelderland.’

Hoewel de provincie een belangrijke bestuurslaag vormt, merkt Wigboldus dat veel inwoners niet precies weten wat de provincie eigenlijk doet. Wanneer hij kinderen en jongeren ontvangt, probeert hij dat zo eenvoudig mogelijk uit te leggen. ‘In een notendop: we doen waar een gemeente te klein voor is en het rijk te groot.’ Daarbij noemt hij het verdelen van de beschikbare ruimte, het bereikbaar houden van dorpen en steden via wegen, fietspaden en openbaar vervoer en de zorg voor natuur en cultuur. Tegelijk benadrukt hij dat de provincie daarin altijd samenwerkt met gemeenten en het Rijk. ‘De notendop is wel iets te klein voor alles wat we doen, denk ik.’

Bestuurlijke uitdagingen

De grote bestuurlijke uitdagingen waar Gelderland voor staat zijn volgens Wigboldus bekend, maar daarom niet minder ingrijpend. Hij noemt de overbelasting van het elektriciteitsnetwerk, de energietransitie van fossiel naar duurzaam en de stikstofproblematiek en de druk op de natuur. Toch wil hij daar nadrukkelijk nog iets aan toevoegen. Als commissaris heeft hij intensief contact met burgemeesters en andere lokale bestuurders. ‘Ik schrik ervan hoe vaak zij bedreigd worden’, zegt hij. ‘En niet alleen burgemeesters, maar ook wethouders en raadsleden.’ Wigboldus begrijpt dat inwoners soms moeite hebben met besluiten die hen direct raken, ‘maar ik weiger begrip op te brengen voor het uiten van bedreigingen’. Volgens hem horen intimidatie en bedreiging niet thuis in een democratische rechtsstaat. ‘We hebben in dit land democratische spelregels en daar horen intimidatie en bedreigingen niet bij.’ Uiteindelijk draait het volgens hem opnieuw om het omgaan met verschillen en het accepteren van andere opvattingen.

Constructieve bijdragen

Als voorzitter van Provinciale Staten ziet Wigboldus van dichtbij hoe de Gelderse politiek functioneert. Daarover spreekt hij met waardering. ‘Gelderland mag trots zijn op de manier waarop er in de Statenzaal gedebatteerd wordt’, zegt hij. Volgens hem zijn de bijdragen constructief en gericht op het samen verder brengen van de provincie en haar inwoners. Dat geldt volgens hem ook voor de bijdrage van de SGP-fractie. ‘De bijdrages zijn constructief, gericht op het samen verder brengen van de provincie, de inwoners. Dat kenmerkt ook de bijdrage van de SGP.’

Wigboldus ziet duidelijke beginselen en een lange termijnvisie als onmisbaar in de politiek. ‘Politiek gaat over het verdelen van schaarste: geld en ruimte vooral’, zegt hij. Dat vraagt volgens hem om keuzes die gebaseerd zijn op overtuigingen en toekomstvisie. ‘Zo niet, dan regeert het opportunisme, de waan van de dag. Daar helpen we de generaties na ons zeker niet mee.’ Juist in een tijd waarin politieke discussies soms vluchtig zijn, ziet hij de waarde van partijen die vanuit vaste uitgangspunten politiek bedrijven.

Vanuit gemeenten hoort de commissaris ondertussen veel zorgen. Volgens hem komt er enorm veel op gemeenten af. Hij wijst op de decentralisaties van ongeveer tien jaar geleden, waaronder de jeugdzorg, de WMO en de Participatiewet. ‘Die leggen een zware druk op het gemeentelijk apparaat en de beschikbare budgetten.’ Daarbovenop komen de stikstofproblematiek, de netcongestie, het woningtekort en de opvang van vluchtelingen. ‘Dan kom je uit op een rekensom die zeker niet gemakkelijk te maken is.’ Gemeenten kijken daarbij regelmatig naar de provincie voor ondersteuning. ‘Waar mogelijk staat de provincie naast hen: met advies, ondersteuning en soms budgetten voor specifieke projecten of programma’s, zoals bijvoorbeeld de dorpendeals.’

Dat vertrouwen in de overheid onder druk staat, beseft Wigboldus goed. Volgens hem begint betrouwbaar bestuur bij openheid en duidelijkheid.

‘Laat zien wat je doet en waarom je het doet; hou je aan je woord, luister, en wees niet bang eens van mening te veranderen, zolang je het maar goed uitlegt.’

Daarbij benadrukt hij dat bestuurders zichtbaar en aanspreekbaar moeten zijn. ‘Gelderland is nooit af.’


Oog voor de praktijk

Juist omdat provinciaal beleid zoveel invloed heeft op het dagelijks leven van inwoners, vindt hij het essentieel dat bestuurders oog houden voor de praktijk van agrariërs, ondernemers en gezinnen. ‘Uiteraard is dat razend belangrijk’, zegt hij. ‘We kunnen nog zoveel bedenken, uiteindelijk komt het bij inwoners en ondernemers terecht.’ Volgens Wigboldus moeten bestuurders daarom altijd blijven kijken naar de gevolgen van beleid op korte én lange termijn. ‘Uiteindelijk doen we het voor de inwoners, op de korte én lange termijn.’ Daarbij gebruikt hij een opvallende formulering: ‘We moeten proberen goede voorouders te zijn voor de generaties na ons.’

Wanneer het gesprek gaat over leiderschap, houdt Wigboldus het bewust eenvoudig. ‘Dat is een bijna filosofische vraag maar laat ik het eenvoudig houden’, zegt hij. Goed leiderschap vraagt volgens hem om ‘een open houding, goed kunnen luisteren, wees open over je afwegingen en duidelijk in en over je besluit’. Maar daar hoort ook iets anders bij: ‘Neem die besluiten wel.’

De waarde van provinciaal bestuur ziet Wigboldus bijna dagelijks bevestigd. ‘Er gaat bijna geen dag voorbij waarop ik dat niet denk’, zegt hij. Vooral bij complexe dossiers zoals stikstof en natuurherstel blijkt volgens hem hoe belangrijk de provincie als bestuurslaag is. ‘Natuur noch stikstof houden zich aan gemeentelijke grenzen.’ Daarmee zijn het onderwerpen die te groot zijn voor afzonderlijke gemeenten, terwijl Den Haag vooral op hoofdlijnen stuurt. Juist daar ligt volgens hem de kracht van de provincie: regionaal maatwerk leveren. ‘De Gelderse aanpak wordt in Den Haag gezien als een goed voorbeeld en inspiratie voor landelijk beleid.’


Aan jonge mensen die nadenken over politieke of bestuurlijke verantwoordelijkheid geeft hij een duidelijke boodschap mee: ‘Vooral doen!’ Met een glimlach voegt hij eraan toe: ‘De politiek is veel te belangrijk om alleen aan politici over te laten.’ Daarachter schuilt een serieuze overtuiging. ‘Onze democratie is niet een gestold fenomeen dat zichzelf wel redt’, zegt hij. ‘Zij heeft mensen nodig die zich willen inzetten voor de samenleving, vanuit overtuigingen, waarbij het grotere algemeen belang voorop staat.’ Uiteindelijk draait democratie volgens Wigboldus om betrokken burgers zelf.

‘De democratie dat zijn wij, dan ben jij.’

Ondanks de grote uitdagingen spreekt Wigboldus met dankbaarheid over zijn werk als Commissaris van de Koning. ‘Ik ben dankbaar voor het vertrouwen dat de Provinciale Staten uitspraken door mij voor te dragen voor dit bijzondere ambt’, zegt hij. Daarnaast is hij dankbaar voor alle ontmoetingen die zijn werk met zich meebrengt, binnen en buiten het Huis der Provincie in Arnhem. ‘Onze provincie kent zoveel mensen die zich inzetten voor de samenleving, soms in het klein, soms heel groots.’ Volgens Wigboldus verdient dat waardering en steun. ‘Laten we dat koesteren en stimuleren. Wij vormen samen onze samenleving.’