8 mei 2026
Vragen en antwoorden op stikstofdossier SGP
Wim de Vries
-
U houdt zich al jarenlang bezig met het stikstofvraagstuk. Wat blijft u in dit dossier het meest bezighouden?
Wat me het meest bezighoudt is dat er nog steeds te weinig aandacht is voor een integrale aanpak van de stikstofproblematiek. Het gaat namelijk niet alleen om de uitstoot van ammoniak uit de landbouw die tot effecten op natuur leidt, samen met de uitstoot van stikstofoxiden uit verkeer en industrie. Stikstof heeft in de vorm van uitspoeling van nitraat, samen met fosfaat, ook effect op de waterkwaliteit. En de uitstoot van lachgas, wat ook een vorm van stikstof is, heeft samen met de uitstoot van methaan effect op het klimaat. Want dit zijn beiden broeikasgassen. Een gezamenlijk aanpak van de uitstoot van ammoniak, nitraat, lachgas en methaan is belangrijk bij doelsturing, om van meet af duidelijkheid te geven over doelen en latere verrassingen te voorkomen.
-
Kunt u voor onze lezers kort schetsen wat een teveel aan stikstof doet met natuur en bodem? Waar zitten volgens u de grootste misverstanden in het publieke debat?
Een teveel aan stikstof leidt tot twee effecten: vermesting en verzuring. Omdat de bodem niet of nauwelijks stikstofhoudende mineralen bevat, hebben de meeste soorten in de natuur zich aangepast aan stikstofarme omstandigheden, onder andere door langzaam te groeien en heel zuinig met stikstof om te gaan. Door de sterk verhoogde uitstoot en neerslag (depositie) van ammoniak en stikstofoxiden leggen vele soorten die aan stikstofarmoede zijn aangepast het af tegen weinige soorten die door meer stikstof veel sneller groeien. De grote snelgroeiende soorten nemen het licht weg en concurreren zo de langzame kleine soorten weg. Naast verrijking met stikstof (‘vermesting’) leidt stikstofdepositie ook tot verzuring. Stikstofoxiden en ammoniak worden namelijk in respectievelijk de lucht en de bodem omgezet tot nitraat waarbij zuur (salpeterzuur) wordt gevormd. Voedingsstoffen als calcium, kalium en magnesium, die als buffer voor het zuur fungeren, spoelen samen met nitraat uit naar het grondwater. Daardoor krijgen planten en dieren gebrek aan die stoffen en wordt de bodem zuurder. De vermesting en verzuring heeft met name schadelijke effecten op het bodemleven, de diversiteit aan plantensoorten, vogels die leiden onder calciumgebrek, en bosvitaliteit.

-
Veel boeren ervaren grote druk door het huidige stikstofbeleid. Waar ziet u nog perspectief voor de agrarische sector in Nederland?
Ik zie zeker perspectief voor de agrarische sector in Nederland. Zowel nu als in de toekomst zal de landbouw belangrijk blijven voor voedselvoorziening, voor de sociale samenhang en werkgelegenheid op het platteland, en voor beheer van het land ten behoeve van landschap, bodem, water en natuur. Boeren hebben daar nu al een cruciale rol in en kunnen daar een nog grotere rol spelen door transitie naar een meer duurzame landbouw. Voor die transitie is duidelijkheid en een consistent beleid voor de lange termijn noodzakelijk. En ook een helder financieel en economisch perspectief, o.a. door ‘betere’ prijzen voor producten en door (meer) te verdienen aan natuurbeheer of ecosysteemdiensten. Onder andere de klimaatraad heeft daar zinnige dingen over geschreven. De transitie kan deels met extensievere vormen van landbouw, maar er blijft ook zeker ruimte voor intensievere vormen van landbouw. Essentieel is dat daarbij met management en innovaties de uitstoot van ammoniak en broeikasgassen naar lucht en de uitspoeling van nitraat naar water wordt beperkt.
-
Wat zou volgens u op dit moment de belangrijkste prioriteit moeten zijn voor provincies zoals Gelderland?
In dit kader denk ik toch aan strokenbeleid, maar dan wel breder dan de huidige voorstellen die met name gericht zijn op een sterke reductie van de emissie van stikstof. Rondom en in de natuur spelen meer drukfactoren dan alleen stikstofdepositie waardoor de natuurkwaliteit negatief wordt beïnvloed, zoals verdroging. Door het instellen van overgangsgebieden rond de N2000-gebieden kunnen deze drukfactoren beter worden aangepakt, met name door het vernatten van natuur, door het grondwaterpeil te verhogen en water langer vast te houden. Door deze maatregelen mee te koppelen aan reductie van stikstof, kan de kwaliteit en biodiversiteit van die gebieden worden verbeterd en dus is strokenbeleid zeker een prioriteit. Daarnaast moet met spoed worden gewerkt aan herstelmaatregelen in de natuur zoals het toedienen van de voedingsstoffen calcium, kalium en magnesium via schelpengruis of kalk en meststoffen. Verder moet naast die twee prioriteiten worden gewerkt aan een algehele emissiereductie in de landbouw via verbetering van management en technische innovaties.
-
Vanuit christelijk perspectief wordt vaak gesproken over rentmeesterschap. Hoe kijkt u naar de balans tussen zorg voor de schepping en ruimte voor landbouw?
Landbouw is essentieel voor het voeden van een groeiende wereldbevolking en dat gaat altijd op een bepaalde manier ten koste van de natuur. Dat is de realiteit in een gevallen wereld. De Bijbel geeft aan dat God zorgt voor mensen en dieren, maar daarbij staat de mens als beelddrager van God boven de dieren. Het feit dat God de schepper en eigenaar is van de aarde betekent voor ons als christen wel dat we erop toezien dat dit zo duurzaam mogelijk gebeurt. In dat kader moet je zeggen dat in Nederland een vorm van veehouderij is ontstaan die dat niet is. Circa 60% van het veevoer wordt geïmporteerd uit het buitenland, waarvan het land had kunnen worden gebruikt voor menselijke voeding. En dat met gevolgen in het land van herkomst en in Nederland. Hoe zeer ik meeleef met boeren die nu in de problemen komen door de milieueffecten, met name door een overmaat aan dierlijke mest, is het ook helder dat dit op macroniveau geen houdbaar systeem is. Dat geldt zowel de zorg voor voedselzekerheid als voor de schepping. Argumenten om een transitie in de veehouderij met zorg te doen heeft vooral te maken met de leefbaarheid van het platteland maar niet zozeer met voedselzekerheid.
-
Tot slot: waar haalt u zelf hoop of motivatie uit in dit complexe dossier?
Mijn hoop is erop gericht dat de politiek en de rechtspraak zich laat informeren door wetenschappelijke informatie op het gebied van effecten van natuurherstel maatregelen enerzijds en stikstofreductie anderzijds. Om zo tot een vorm van doelsturing te komen waarmee we uit het stikstofslot komen waar we nu in terecht zijn gekomen. Het feit dat we een dergelijk voorstel hebben kunnen maken met agronomen, ecologen, bodemkundigen, juristen en deskundigen op ondernemerschap stemt mij positief. Zonder enige pijn zal de stikstofaanpak niet mogelijk zijn. Maar het kan wel op een manier die recht doet aan de feiten, die de lasten (zo) eerlijk (mogelijk) verdeelt, die goed is voor natuur en milieu en die de boer perspectief biedt. En daar lijkt na zes jaar falend beleid ruimte voor te komen.