23 september 2026

SGP Gelderland wil werkbaar beleid dat eerlijk verdeeld wordt en perspectief biedt

De SGP dient bij de behandeling van de Gelderse Omgevingsverordening zes moties in. De fractie vraagt om tijdige ondersteuning voor boeren, minder versnippering in de uitvoering en ruimte voor gezamenlijke oplossingen. Ook wil de SGP een doorstart van het gebiedsproces in Winterswijk, onderzoek naar versnelde afbouw van de geitenstop en een voorbeeldrol voor natuurorganisaties.

De nieuwe regels raken direct aan de toekomst van agrarische bedrijven. Ondernemers moeten keuzes maken over investeringen, aanpassing of verplaatsing van hun bedrijf. Volgens de SGP moeten zij daarom tijdig weten welke ondersteuning beschikbaar is en welke mogelijkheden zij hebben om aan de regels te voldoen.

“Voor een boerengezin gaan deze besluiten over het bedrijf, het inkomen en de toekomst van de volgende generatie”, zegt Statenlid Gerrit Averesch. “Dan moet je als provincie ook duidelijk maken welke hulp je biedt. Die ondersteuning moet er zijn voordat een ondernemer een onomkeerbare beslissing neemt.”

De fractie blijft kritisch op het landelijke stikstofstelsel. Binnen de bestaande wettelijke kaders wil zij de gevolgen voor Gelderse ondernemers zoveel mogelijk beperken en bijdragen aan het weer mogelijk maken van vergunningverlening.

Eén aanspreekpunt en tijdige ondersteuning

De SGP vraagt om één herkenbaar provinciaal loket, één zaakbegeleider en één samenhangend dossier voor agrarische ondernemers. Boeren krijgen op hun erf te maken met verschillende regels voor stikstof, water, natuur en ruimte. De fractie wil dat de provincie deze opgaven zoveel mogelijk gezamenlijk beoordeelt en de uitvoering goed op elkaar afstemt.

“Een ondernemer heeft één bedrijf, maar krijgt te maken met allerlei regelingen en instanties”, zegt Statenlid Harm Jan Polinder. “Het is aan de provincie om daar samenhang in te brengen. Met één aanspreekpunt dat overzicht houdt en zorgt dat een vraag op de juiste plek wordt opgepakt.”

In een tweede motie vraagt de SGP om uiterlijk 1 december 2026 een concrete uitvoeringsagenda voor het flankerend beleid. Daarin moet staan wanneer regelingen beschikbaar komen, voor wie ze bedoeld zijn en hoe ze worden betaald. Begeleiding en ondersteuning bij investeringen, omschakeling en verplaatsing moeten beschikbaar zijn voordat ondernemers onomkeerbare keuzes moeten maken.

Ruimte voor gezamenlijke oplossingen

De SGP vraagt om een gebiedsgerichte maatwerkroute als alternatief voor generieke verplichtingen per bedrijf. Ondernemers moeten onderling afspraken kunnen maken over de verdeling van de stikstofreductie, zolang zij de vastgestelde gebiedsdoelen halen en de resultaten juridisch zijn geborgd.

De fractie wil dat de methode voor juridische borging van de aanpak in GEUS ook beschikbaar komt voor andere gebiedsprocessen. Zo kan rekening worden gehouden met verschillen tussen bedrijven en met oplossingen die ondernemers samen ontwikkelen.

“De ruimte in Gelderland is beperkt. Landbouw, natuur en water komen in hetzelfde gebied bij elkaar”, aldus Polinder. “Geef mensen dan ook de ruimte om samen een passend voorstel te maken. Als daarmee de doelen aantoonbaar worden gehaald, moet de provincie zo’n aanpak mogelijk maken.”

Nieuwe start in Winterswijk

Voor Winterswijk dient de SGP een motie in om het gebiedsproces een doorstart te geven. Daarvoor zijn vooraf heldere en toetsbare doelen nodig. Ook moet duidelijk zijn welke doelen wettelijk verplicht zijn en welke voortkomen uit aanvullende provinciale ambities.

Boeren, grondeigenaren, natuurorganisaties en andere betrokkenen moeten een volwaardige rol krijgen bij het uitwerken van voorstellen. De motie vraagt ook om ruimte voor eigen deskundigen en onderzoek. Maatregelen moeten passen bij het kleinschalige landschap en de landbouwstructuur van Winterswijk. De SGP wil uiterlijk in het voorjaar van 2027 over de voortgang worden geïnformeerd.

“In Winterswijk is al veel tijd en energie in het gebiedsproces gestoken”, zegt Averesch. “Een nieuwe start vraagt om duidelijkheid over de doelen én daadwerkelijke invloed voor de mensen uit het gebied. Zij kennen het landschap en hun bedrijven. Die kennis moet vanaf het begin een plek krijgen.”

Geitenstop opnieuw beoordelen

De SGP vraagt om te onderzoeken hoe het tijdelijke verbod op nieuwvestiging en uitbreiding van geitenhouderijen versneld kan worden afgebouwd. De fractie vindt dat een langdurig verbod regelmatig moet worden getoetst op noodzaak en proportionaliteit.

Nieuwe en onafhankelijke analyses van beschikbare onderzoeksgegevens moeten bij die beoordeling worden betrokken. De motie vraagt het college om vóór 1 juli 2027 de mogelijkheden en een tijdpad voor volledige beëindiging van het verbod in beeld te brengen.

“Een tijdelijk verbod mag niet vanzelf een permanente situatie worden”, stelt Averesch. “Gezondheidsvragen verdienen zorgvuldig onderzoek. Tegelijk moeten ondernemers erop kunnen rekenen dat de provincie nieuwe inzichten meeweegt en blijft beoordelen of zo’n ingrijpend verbod nog te rechtvaardigen is.”

Natuurorganisaties hebben een voorbeeldfunctie

Tot slot dient de SGP een motie in over de uitstoot van mobiele machines. Voor publieke opdrachtgevers gaan strengere uitstootnormen eerder gelden. De SGP vraagt het college om ook terreinbeherende natuurorganisaties en bedrijven die in hun opdracht werken aan te spreken op hun voorbeeldfunctie, met als inzet hetzelfde versnelde tijdpad.

“Van organisaties die dagelijks in en rond kwetsbare natuur werken, mag je verwachten dat zij het goede voorbeeld geven”, zegt Polinder. “Ook bij de machines die zij zelf gebruiken of laten inzetten. De verantwoordelijkheid voor het beperken van uitstoot moeten we eerlijk verdelen.”